Nieuwe behandeling bij polycysteuze lever werkt
Polycysteuze lever
Mensen met een polycysteuze, dat wil zeggen, een sterk opgezwollen lever hebben een enorme buikomvang, die niets met vetzucht te maken heeft. De lever is soms wel zes keer vergroot door de aanwezigheid van cysten, met vocht gevulde holtes. De aandoening is erfelijk bepaald en wordt in de loop der jaren erger. Tussen het dertigste en veertigste levensjaar gaat de vergrote lever opvallen en problemen opleveren, onder andere doordat andere organen in de verdrukking komen. In Nederland lijden naar schatting 17.000 mensen aan deze aandoening.Enkele jaren geleden ontdekten de onderzoekers een gunstig effect van het middel lanreotide bij twee patiënten met een polycysteuze lever. Lanreotide is een synthetische variant van een maagdarmhormoon, die al meerdere medische toepassingen heeft. Het Radboud ziekenhuis in Nijmegen zette een groot onderzoek op en vergeleek het effect van dit middel bij een groep patiënten met een controlegroep, bestaande uit patiënten die een placebo kregen. Bij de patiënten die zes maanden lang met lanreotide behandeld waren, was de lever gemiddeld kleiner geworden (2,9 procent), terwijl de leveromvang van de patiënten die een placebobehandeling hadden gekregen, met 1,6 procent was toegenomen. Hiermee komt een adequate behandeling voor patiënten met zo’n polycysteuze lever binnen handbereik. Het is mogelijk om na te gaan of een kind de aandoening van één van z’n ouders geërfd heeft. In dat geval kan lanreotide misschien voorkòmen dat de lever zich vult met cysten en uitdijt.
De afdeling Maag-darm-leverziekten van het UMC St Radboud zet het onderzoek naar de toepassing van lanreotide bij polycysteuze levers voort.
| Bron: UMC st Radboud | Categorie: Interne ziekten |




