Het hart kan te snel slaan, bij meer dan 100 slagen per minuut spreekt men dan van een tachycardie. Het hart kan te langzaam slaan, bij minder dan 60 slagen per minuut spreekt men van een bradycardie. De hartslagfrequentie kan ook normaal zijn, maar het hartritme onregelmatig.
Er wordt onderscheidt gemaakt tussen de volgende ritmestoornissen
- Boezemfibrilleren (atriumfibrilleren)
- Boezemflutter
- Kamertachycardie
- Kamerfibrilleren (ventrikelfibrilleren)
- Sick-sinus-syndroom
- Wolff-Parkinson-White-syndroom (WPW)
- Lang QT-syndroom (LQTS)
- Catecholaminerge polymorfe ventriculaire tachycardie (CPVT)
- Hartoverslag (extra systolen)
