Diabetes type 1
Werd vroeger ook wel jeugddiabetes genoemd. Bij deze vorm maakt het lichaam zelf helemaal geen insuline meer aan. Het afweersysteem heeft de cellen die insuline aanmaken in de alvleesklier kapot gemaakt. Voor de regulering van suiker is insuline nodig. Patiënten met diabetes type 1 moeten dan ook insuline gebruiken. Dit doen ze via insuline spuiten of een insulinepomp. Ongeveer 1 op de 10 mensen met diabetes heeft deze vorm van diabetes.
Diabetes type 2
Werd vroeger ook wel ouderdomsdiabetes genoemd. Bij deze vorm is er ter weinig insuline om voldoende suiker de lichaamscellen in te krijgen. Dit komt doordat er meer insuline nodig is dan normaal. De cellen zijn ongevoelig geworden voor insuline. Overgewicht samen met weinig beweging vergroot de kans op deze vorm van suikerziekte. Tevens is er een erfelijke component. Voedings- en bewegingsadviezen zijn zeer belangrijk bij deze vorm en kunnen de ernst van de ziekte verminderen en soms zelfs in zijn geheel oplossen. Als mensen met diabetes type 2 medicijnen krijgen dan zijn dan medicijnen die de alvleesklier aanzetten tot het aanmaken van meer insuline of medicijnen die het lichaam weer gevoeliger maken voor insuline. In sommige gevallen moeten ook patiënten met diabetes type 2 insuline spuiten. Bijna 90% van de mensen met diabetes heeft deze vorm van diabetes.
